Zo bezocht één van onze adviseurs onlangs een zelfstandig ondernemer. Als eigenaar van een tweetal herenmodezaken heeft hij sinds kort zijn verzekeringsportefeuille bij ons in beheer gegeven. Tijdens dergelijke gesprekken brengen onze adviseurs ook altijd de toekomstvoorzieningen van onze zakelijke relaties in beeld. Onder toekomstvoorzieningen verstaan wij voorzieningen die betrekking hebben op het inkomensverlies dat ontstaat bij arbeidsongeschiktheid, overlijden of ouderdom.
Ook deze zelfstandige ondernemer werd door onze adviseur gevraagd hoe hij zijn ouderdom- en nabestaandenpensioen had geregeld. Een zelfstandig ondernemer is immers geen werknemer en is meestal niet aangesloten bij een pensioenfonds. Hij zal het dus moeten doen met de AOW of zijn nabestaanden met de ANW (de Algemene Nabestaandenwet). Aangezien deze sociale verzekeringen slechts een basisvoorziening zijn, is aanvulling in zeer veel gevallen gewenst.
Onze relatie vertelde dat hij zijn pensioen prima had geregeld. Op advies van zijn boekhouder nam hij deel aan de Oudedagsreserve. Hierdoor bouwde hij op de balans een reserve op. Jaarlijks mocht hij een bepaald bedrag aan die reserve toevoegen. En wat hij nog het mooiste vond was dat die toevoeging aan de reserve ten laste van de winst werd geboekt. Hierdoor bespaarde hij ook nog eens op zijn jaarlijks te betalen inkomstenbelasting. Op die manier had hij al een mooi potje gereserveerd voor zijn oude dag. Met alle respect, onze cliënt had de klok horen luiden maar wist niet precies waar de klepel hing.
Dat er jaarlijks een bepaald percentage van de winst aan de reserve mag worden toegevoegd, dat klopt. Het klopt ook dat hiermee een belastingbesparing wordt gerealiseerd. Maar wat onze cliënt over het hoofd zag is dat het hier alleen maar gaat om uitstel van belasting en dat er geen sprake is van afstel. Op enig moment zal er over de opgebouwde reserve belasting moeten worden betaald. Dat kan zijn bij overlijden van de ondernemer of wanneer hij de 65-jarig leeftijd bereikt. De opgebouwde reserve valt dan in één keer terug in de winst en wordt als winst uit onderneming belast volgens het progressieve tarief van Box 1. In dat geval is dus al gauw het hoogste tarief van toepassing. Niks leuk potje voor de oude dag dus, maar belasting betalen. Dat was even schrikken voor onze cliënt.
Gelukkig heeft onze adviseur verstand van zaken. Hij heeft onze cliënt een oplossing aan de hand gedaan. Door er voor te zorgen dat er op het moment van afrekening een bedrag aan contant geld beschikbaar is. Dat bedrag moet in principe even hoog zijn als de opgebouwde reserve en kan bijvoorbeeld afkomstig zijn uit een levensverzekering. Dat bedrag kan dan ineens worden gestort bij een levensverzekeraar als koopsom voor een oudedagslijfrente. De belasting hoeft dan niet ineens te worden betaald, maar de jaarlijkse uitkeringen worden in box 1 belast. Onze cliënt was blij met dit advies.
Wij kunnen ons voorstellen dat u ook wel eens wilt weten hoe uw oudedagsvoorziening er voor staat. En of voor u ook een dergelijke oplossing voor handen is. Neem dan eens contact met ons op. Wij zullen u graag van dienst zijn. O ja, u kunt er beter niet te lang mee wachten, want hoe ouder u bent hoe duurder de oplossing wordt.
De Dienstenwijzer en Gedragscode geven een beschrijving van wat u van ons mag verwachten maar ook wat wij van u verwachten.