De partnertoeslag wordt toegekend op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Iedereen die 65 jaar wordt krijgt een zelfstandig recht op een AOW-uitkering, gebaseerd op de helft van het minimumloon. Heeft de AOW-gerechtigde een partner die nog geen 65 jaar is, dan wordt de uitkering mogelijk aangevuld met de partnertoeslag. De hoogte van die toeslag is afhankelijk van het inkomen van de jongere partner. Heeft die partner geen of slechts weinig inkomen dan bedraagt de toeslag maximaal de helft van het minimumloon. De AOW-uitkering en de toeslag samen bedragen dan evenveel als een volledige AOW-uitkering voor gehuwden en samenwonenden. Deze toeslag komt dus per 1 januari 2010 te vervallen voor AOW-gerechtigden met een partner die jonger is dan 55 jaar en per 1 januari 2015 geheel voor iedereen die is geboren na 1 januari 1950.
Een ingrijpende aanpassing van de AOW die grote financiƫle gevolgen kan hebben. Iedereen die na 1 januari 2011 65 jaar wordt, moet dus rekening houden met een mogelijke inkomensachteruitgang. Bent u bijna 65 jaar dan is er weinig meer aan te doen om die inkomensachteruitgang op te vangen. Bent u echter jonger, dan kunt u nu nog maatregelen treffen. Dat kan op allerlei manieren. U kunt er voor kiezen om te gaan sparen. Maar u kunt er ook voor kiezen het risico op te vangen door het sluiten van een lijfrenteverzekering.
Het is niet zo gemakkelijk te bepalen welke oplossing voor u het beste is. Dat is geheel afhankelijk van uw persoonlijke situatie.
Wij hebben inmiddels veel van onze relaties informatie verstrekt over het vervallen van de partnertoeslag. Samen met hen hebben we gezocht naar een oplossing die past bij hun persoonlijke situatie. Zij hebben het probleem geheel of gedeeltelijk opgelost. Hebt u dat nog niet gedaan, dan adviseren wij u contact met ons op te nemen. Wij helpen u graag.
De Dienstenwijzer en Gedragscode geven een beschrijving van wat u van ons mag verwachten maar ook wat wij van u verwachten.