De bepaling luidt meestal:
Er is geen dekking als de schade is veroorzaakt terwijl de feitelijke bestuurder van het motorrijtuig:
a. door een vonnis of een daartoe bevoegde instantie, de rijbevoegdheid was ontzegd;
b. geen houder is van een in Nederland geldig rijbewijs voor de categorie waartoe het motorrijtuig behoort, tenzij de bestuurder:
Er is dus geen dekking als men nooit een geldig rijbewijs gehaald heeft, maar ook als men een rijontzegging heeft, het rijbewijs heeft laten verlopen of het rijbewijs na het behalen nog niet is afgegeven. Iemand die van een arts te horen heeft gekregen dat hij maar beter niet kan rijden met zijn gebroken been, heeft nog steeds een geldig rijbewijs. Zolang het rijbewijs niet ingetrokken of verlopen is, is het een geldig rijbewijs. Bij de bestuurder met een gebroken been kan de verzekeraar zich dus niet beroepen op het feit dat deze bestuurder geen geldig rijbewijs heeft.
De aansprakelijkheidsverzekeraar mag deze uitsluiting niet hanteren tegenover een benadeelde derde, maar wel ten opzichte van een verzekerde of de verzekeringnemer.
Voorbeeld
Bert (17 jaar) pakt de sleutels van de auto van zijn vader van de keukentafel en besluit een eindje met de auto te gaan rijden. Uiteindelijk komt de auto tegen een andere geparkeerd staande auto tot stilstand. De eigenaar van de geparkeerd staande auto krijgt van de WA-verzekeraar van de auto van de vader van Bert de schade volledig vergoed. De uitsluiting dat de bestuurder geen geldig rijbewijs heeft, mag niet tegen de benadeelde gebruikt worden. De verzekeraar mag de uitsluiting wel hanteren tegenover de verzekerde (de bestuurder Bert) en de verzekeringnemer (de vader van Bert). De verzekeraar mag de uitbetaalde schade verhalen op Bert of op zijn vader.
Als er ook schade is ontstaan aan de auto van de vader van Bert, dan mag de verzekeraar de schadevergoeding weigeren op grond van het feit, dat de bestuurder geen geldig rijbewijs heeft.
In de meeste autoverzekeringen is wel een zogenaamde ontsnappingsclausule opgenomen. Daarin staat, dat de verzekeraar de uitsluiting niet zal hanteren ten opzichte van een verzekerde als de verzekerde kan aantonen dat hij er niets aan heeft kunnen doen om de schade te voorkomen. De vader van Bert zal zich niet op die ontsnappingsclausule kunnen beroepen, omdat hij de sleutels open en bloot op de keukentafel heeft laten liggen.
Zou Bert bij de buren inbreken en de sleutels weghalen en met de auto van de buurman gaan rijden, dan kan de buurman zich wel op die ontsnappingsclausule beroepen omdat de buurman er niets aan heeft kunnen doen dat de 17-jarige Bert zijn auto meegenomen heeft.
Voorbeeld
De auto van Kees is kapot en Kees mag daarom de auto van Geert lenen. Kees rijdt bij het inparkeren per ongeluk tegen een andere geparkeerd staande auto. De aansprakelijkheid van Kees staat vast maar Kees blijkt geen geldig rijbewijs te hebben. De autoverzekeraar van Geert moet de schade aan de geparkeerd staande auto vergoeden en mag de schade verhalen op Kees. Of de autoverzekeraar de WA-schade mag verhalen op Geert en/of hij de schade aan de auto van Geert wel of niet moet vergoeden is afhankelijk van de vraag in hoeverre Geert wist of kon weten dat Kees geen geldig rijbewijs had. Geert mocht aannemen dat Kees een geldig rijbewijs heeft omdat Kees zelf ook een auto heeft waarin hij normaal gesproken rijdt.
Zolang de bestuurder een in Nederland geldig rijbewijs heeft voor de categorie waartoe het motorrijtuig behoort, is er dekking en/of zal de verzekeraar de schade niet kunnen verhalen op de bestuurder en/of de verzekeringnemer.
De Dienstenwijzer en Gedragscode geven een beschrijving van wat u van ons mag verwachten maar ook wat wij van u verwachten.