Met ingang van 1997 is de termijn van de overlijdensuitkering in alle sociale wetten gewijzigd in één maand, te rekenen vanaf
de dag na het overlijden. Zo ook in het Burgerlijk Wetboek, waarin de loondoorbetaling bij ziekte van werknemers is geregeld.
Veel werknemers en uitkeringsgerechtigden verkeren in de veronderstelling dat nabestaanden bij overlijden van een werknemer of een uitkeringsgerechtigde aanspraak kunnen maken op een overlijdensuitkering van drie maanden loon of uitkering. Met een uitkering van een dergelijke omvang kan vaak een aanzienlijk deel van de begrafenis- of crematiekosten worden bekostigd. In veel gevallen betalen werkgevers uit hoofde van een CAO-verplichting of op vrijwillige basis meer dan waartoe ze op grond van het Burgerlijk Wetboek verplicht zijn. Maar als er geen CAO geldt, of als er geen werkgever is (zoals bij sociale uitkeringen), dan moet rekening worden gehouden met een beperkte overlijdensuitkering van één maand. Dit onder aftrekvan hetgeen er reeds is uitbetaald. Deze uitkering is overigens wel belasting- en premievrij.
Met een overlijdensverzekering in geld of natura kan men het begrafenis- of crematiegat op eenvoudige wijze dichten.
De Dienstenwijzer en Gedragscode geven een beschrijving van wat u van ons mag verwachten maar ook wat wij van u verwachten.