De WW is met ingang van 1 oktober 2006 drastisch gewijzigd. De wijzigingen hebben betrekking op de hoogte en de duur van de uitkering. De wijzigingen zijn doorgevoerd om het
WW-stelsel een meer activerend karakter te geven en om de band tussen uitkering en werk te versterken.
Om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering geldt een aantal strenge eisen. Pas als daaraan wordt voldaan bestaat recht op een uitkering van maximaal 75% van het laatstverdiende
loon.
Om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen moet een werkloze werknemer voldoen aan de wekeneis: hij heeft slechts recht op uitkering als hij in de 36 weken voorafgaande
aan de werkloosheid in ten minste 26 weken als werknemer arbeid heeft verricht. Een werknemer die niet voldoet aan de wekeneis, krijgt geen WW-uitkering en is aangewezen op
bijstand (WWB).
Om aan de wekeneis te voldoen hoeft de werknemer geen volledige werkweken te hebben gewerkt. Het is niet relevant op hoeveel dagen is gewerkt. Ook één dag of één uur werken per week is voldoende, mits dit in ten minste 26 weken is gebeurd. Voor bepaalde groepen werknemers, bijvoorbeeld musici en artiesten, geldt een verlaagde wekeneis.
De Werkloosheidswet kent met ingang van 1 oktober 2006 twee soorten uitkeringen: de basisuitkering en de verlengde uitkering.
Een werknemer die voldoet aan de wekeneis heeft recht op een basisuitkering van drie maanden. De hoogte van de uitkering is de eerste twee maanden 75% van het dagloon,
met een maximum van € 179,90. Vanaf de derde maand bedraagt de uitkering 70% van het dagloon.
De basisuitkering wordt verlengd als de werknemer voldoet aan de arbeidsverledeneis (4-uit-5-eis of jareneis). Elk extra gewerkt jaar (tenminste 52 dagen per jaar) betekent een extra maand uitkering, met als maximum 38 maanden (drie jaar en twee maanden). Iemand met een arbeidsverleden van vier jaar krijgt zo vier maanden lang een uitkering, iemand met een
arbeidsverleden van vijf jaar krijgt dan vijf maanden een uitkering, totdat iemand 38 jaar heeft gewerkt en 38 maanden een uitkering krijgt.
Werknemers die na 1 juli 2008 werkloos zijn geworden, zijn na een jaar verplicht om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden. De nieuwe regeling heeft geen gevolgen voor werknemers
die voor 1 juli 2008 werkloos zijn geworden. Voor hen blijven de oude regels over passende arbeid van kracht.
Werknemers die werkloos zijn geworden op of na hun veertigste levensjaar en tevens deelnemer waren aan een verplichte pensioenregeling, konden tot nu toe gebruikmaken van de zogeheten ‘FVP-regeling'. Deze houdt in dat over de duur van de WW-uitkering (gratis) pensioenopbouw plaatsvindt voor rekening van het Fonds Voorheffing Pensioenen (FVP). De FVP-regeling geldt niet meer voor werknemers die op of na 1 januari 2010 werkloos worden.
Er zijn op dit moment nog geen collectieve of individuele verzekeringen die het financiële risico van inkomensverlies door werkloosheid dekken. De werkloze is dus aangewezen op eigen middelen of de Bijstand.
De Dienstenwijzer en Gedragscode geven een beschrijving van wat u van ons mag verwachten maar ook wat wij van u verwachten.