Belastingaangifte: het is voor velen een jaarlijks terugkerend ritueel. En alhoewel je hierin dus enige vaardigheid zou kunnen ontwikkelen verandert er toch voortdurend een en ander, zodat je dus altijd goed moet opletten. Nu is het gelukkig zo dat het maar zelden voorkomt dat het hele belastingstelsel op de schop gaat. De laatste keer dat daarvan sprake was, was de invoering van het boxenstelsel in 2001.
Bij deze wijziging zijn ook de belastingvrije sommen vervangen door zogenaamde heffingskortingen. Een belastingvrije som was een gedeelte van het inkomen waarover geen inkomstenbelasting hoefde te worden betaald. Het huidige belastingstelsel kent in plaats daarvan heffingskortingen. Dit zijn bedragen die als korting op de te betalen belasting kunnen worden gezien. Doel van deze heffingskortingen was, door ze onafhankelijk te maken van het lagere belastingtarief, dat het aantrekkelijker werd om te gaan werken.
Werkend of niet: het is goed om te weten welke heffingskortingen er zijn. Als u jaarlijks uw belastingen aangeeft dan kunt u met heffingskortingen uw belasting immers verlagen.
De algemene heffingskorting is een soort basiskorting, die in principe voor iedere belastingplichtige individueel geldt (€ 2.043). Zo heeft bijvoorbeeld ook iemand die niet werkt, en een partner heeft met voldoende inkomen, recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting. In dit geval wordt de algemene heffingskorting per maand uitbetaald.
Een andere belangrijke heffingskorting is de arbeidskorting. Deze korting is, het woord zegt het al, alleen van toepassing op belastingplichtigen die een arbeidsinkomen hebben. Een 62-jarige die al van zijn pre-pensioen geniet heeft dus geen recht op arbeidskorting. De arbeidskorting wordt hoger naarmate men ouder wordt. Het maximale kortingsbedrag is € 2.138.
Naast deze veel toegepaste heffingskortingen zijn er nog de ouderenkorting, de alleenstaande-ouderenkorting en de jongerenhandicaptenkorting. Alles bij elkaar opgeteld kan de totale korting op belastingkorting dan ook aardig oplopen.
Eén belangrijke heffingskorting is hier nog niet vermeld, en dat is de levensloopkorting. Dit bedrag mag bij opname van het gespaarde levenslooptegoed - dat wordt belast met loonbelasting - op die belasting in mindering worden gebracht. De levensloopkorting is geïndexeerd, en bedraagt voor 2007 € 188. Deze € 188 mag wel worden vermenigvuldigd met het aantal gespaarde kalenderjaren. Heeft iemand dus een levenslooptegoed van 10 jaar, dan mag bij opname van dat tegoed € 1.880 als levensloopkorting worden opgevoerd.
Uw belastingaangifte mogen wij niet voor doen maar Google helpt u verder:
De Dienstenwijzer en Gedragscode geven een beschrijving van wat u van ons mag verwachten maar ook wat wij van u verwachten.